Tramverbinding Vlaanderen – Maastricht

In opdracht van de Commissie voor de milieueffectrapportage 2013-2014

Om de bereikbaarheid tussen Belgisch en Nederlands Limburg te verbeteren werken de Vlaamse en Nederlandse overheden samen aan een electrische tramverbinding tussen het centraal station in Hasselt (België) en het centraal station in Maastricht. De totale lengte bedraagt 35 kilometer. Het bestemmingsplan ‘Tram Vlaanderen-Maastricht (TVM)’ beoogt de ca. 5 kilometer tramverbinding op Nederlands grondgebied vanaf de Belgisch-Nederlandse grens ter plekke van Lanaken met daarbij ook enkele haltes juridisch/planologisch vast te leggen.

Robbert de Vries was vanuit de Commissie betrokken bij de advisering over het milieueffectrapport.

Meer informatie: https://www.commissiemer.nl/adviezen/2818

Hof van Cranendonck te Soerendonk

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2013 – 2014.

De Raekt Investments B.V. wil de voormalige proefboerderij ‘Praktijkcentrum Cranendonck’ en het gebied daar omheen in de gemeente Cranendonck ombouwen en uitbreiden tot de recreatief toeristische trekker ‘Hof van Cranendonck’. Gedacht wordt aan onder andere een hotel, congres- en vergaderzalen, theater, restaurant en evenemententerrein. Om dit mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Omdat meer dan 250.000 bezoekers per jaar worden verwacht, wordt ter ondersteuning van de besluitvorming over het bestemmingsplan een milieueffectrapport opgesteld.

Yvonne van Manen was betrokken bij de advisering door de Commissie voor de milieueffectrapportage vanuit haar expertise voor natuur.

Meer informatie: https://www.commissiemer.nl/adviezen/2847

Opstellen Faunabeheerplan Fryslân 2014-2019

In opdracht van Faunabeheereenheid Fryslân, in 2013-2014.

De Flora- en faunawet beschermt inheemse diersoorten. Het is verboden deze soorten opzettelijk te verontrusten, te van­gen of te doden. Tegelijkertijd erkent de wet ook belangen die uitzonderingen mogelijk maken op de bescherming, namelijk populatiebeheer, schadebestrijding en jacht. Ingrijpen mag alleen als geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort en er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Preventie gaat voor schadebestrijding en verjagen boven doden. Het moet bovendien effectief zijn. Dat gaat het beste als het verjagen, vangen of doden van dieren planmatig en gecoördineerd gebeurt. Daarvoor dient een faunabeheerplan. Een planmatige aanpak biedt een betere waarborg voor de instandhouding van populaties dan wanneer elke grondgebruiker of jachthouder afzon­derlijk, ieder voor zijn eigen gebied, het beheer voert. Het faunabeheerplan behoeft de goedkeuring van de provincie. Robbert de Vries heeft voor de Faunabeheereenheid Fryslân het faunabeheerplan 2014-2019 opgesteld.

Schloss Tiefenau, Sachsen Duitsland

In opdracht van Schloss Tiefenau BV, in 2013.

De Jong Export Marrum BV wil het in 1948 opgeblazen slot van Tiefenau opnieuw opbouwen en het samen met de nog bestaande bijgebouwen en gronden herinrichten als hotel met onder meer vakantiewoningen en een golfbaan. Het projectgebied overlapt deels met en grenst aan beschermde Natura2000-gebieden en een Landschaftsschutzgebiet. Voor het project wordt door een Duits projectteam een milieueffectrapport (Umweltvertraglichkeitsprüfung) en een passende beoordeling (Kernprüfung) opgesteld. Aan Robbert de Vries is gevraagd om een second opinion te geven.

Procesbegeleiding bedrijfsverplaatsing Rogaar-Visser te Smilde

In opdracht van Rogaar-Visser, in 2012-2013.

Verplaatsing en nieuwbouw van schapenhouderij Rogaar en kennel van border collies Visser. Het bedrijf beheert het Natura 2000-gebied Witterveld met schapen en Galloway-runderen en doet ook aan stadsbegrazing voor de gemeente Assen. Robbert de Vries verzorgde de procedurele begeleiding van de bedrijfsverplaatsing, de aanvraag van vergunningen en voerde een natuurtoets uit.

Opstellen Faunabeheerplan Groningen 2014-2019

In opdracht van Faunabeheereenheid Groningen, in 2013.

De Flora- en faunawet beschermt inheemse diersoorten. Het is verboden deze soorten opzettelijk te verontrusten, te van­gen of te doden. Tegelijkertijd erkent de wet ook belangen die uitzonderingen mogelijk maken op de bescherming, namelijk populatiebeheer, schadebestrijding en jacht. Ingrijpen mag alleen als geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort en er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Preventie gaat voor schadebestrijding en verjagen boven doden. Het moet bovendien effectief zijn. Dat gaat het beste als het verjagen, vangen of doden van dieren planmatig en gecoördineerd gebeurt. Daarvoor dient een faunabeheerplan. Een planmatige aanpak biedt een betere waarborg voor de instandhouding van populaties dan wanneer elke grondgebruiker of jachthouder afzon­derlijk, ieder voor zijn eigen gebied, het beheer voert. Het faunabeheerplan behoeft de goedkeuring van de provincie. Robbert de Vries heeft voor de Faunabeheereenheid Groningen het faunabeheerplan 2014-2019 opgesteld.

Bestuur Dorpsbelang

In opdracht van Dorpsbelang Wirdum-Swichum, in 2005-2013.

Robbert de Vries vervulde verschillende functies binnen Dorpsbelang Wirdum-Swichum. Eerst als adviseur ruimtelijke ordening, waarbij hij de organisatie vertegenwoordigde bij de planvorming voor de Haak om Leeuwarden en de ontwikkeling van nieuwbouwwijk De Zuidlanden. Van  2005 tot 2013 was hij bestuurslid, waarvan sinds 2009 voorzitter. In deze periode kwamen mede door toedoen van Dorpsbelang tot stand:

. Dorpsvisie Wirdum-Swichum 2020
. Restauratie Amerikaanse windmolen
. Boerenlandpad
. Rapport Swichum nog mooier!
. Herinrichting Legedyk
. Terugplaatsen replica van het soldaatje van Barrahus
. Stedebouwkundig ontwerp Hikkemieden
. Bestemmingsplan Wirdum
. Plan voor sloepenroute Leeuwarden-Wirdum-Grou
. Open monumentendag 2007 voor de gemeente Leeuwarden in Wirdum en Swichum
. Ontwerp voor de afslag Wirdum van de rijksweg A32
. Enquete geluids- en trillingshinder en verkeersveiligheid met follow up
. Heechhout over de Wirdumervaart met wandelroute
. Multifunctioneelplein bij basisscholen

Meer informatie:

Link: http://wirdum-swichum.nl

Ontwikkeling Skûlenboarch en Westkern

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2009 2013.

De provincie Fryslân wil samen met de gemeenten Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen het gebied rond de bedrijventerreinen Skûlenboarch en Westkern herontwikkelen. De gebiedsontwikkeling bestaat uit:

uitbreiding van het bedrijventerrein Westkern met bruto 15 ha.
verbetering van de scheepvaart- en wegverkeersontsluiting.
ontwikkeling van recreatie en toerisme.

Bij alle alternatieven in het MER was ook de aanleg van een natte ecologische verbindingszone opgenomen. Vanwege gewijzigd Rijksbeleid heeft de provincie besloten om geen natte robuuste as te realiseren. In een oplegnotitie is helder weergegeven wat de gevolgen zijn van het niet aanleggen van de natte as voor de beschrijving van de milieueffecten per alternatief in het MER.

Toetsingsadvies
De Commissie vindt dat de essentiële informatie in het MER aanwezig is om het milieubelang volwaardig te kunnen meewegen in de besluitvorming. De milieueffecten zijn helder beschreven en het is duidelijk hoe de milieu-informatie een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief. Uit de enigszins gedateerde onderzoeken naar nut en noodzaak van (watergebonden) bedrijventerreinen blijkt dat de vraag niet groot is. In het MER komt duidelijk naar voren dat de geluidsbelasting door het voornemen fors toeneemt.

Yvonne van Manen adviseerde vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage, met name ten aanzien van natuur.

Meer informatie:

Link: http://commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2270

A4 Zone West, gemeente Haarlemmermeer

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2012 2013.

De gemeente Haarlemmermeer wil de A4 zone west ontwikkelen als innovatief en duurzaam bedrijventerrein. Het plangebied ligt globaal tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en de Schipholspoorlijn en A4. Het plan voorziet in een gefaseerde ontwikkeling van bruto 347 hectare.

De Commissie vindt dat de nut en noodzaak, verkeerseffecten en geluid voldoende zijn beschreven in de aanvulling. Voor de effecten van het plan op de luchtkwaliteit in de (leef)omgeving en de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ontbreekt nog essentiële informatie. Het is onduidelijk of aan de grenswaarden bij gevoelige bestemmingen voor luchtkwaliteit zal worden voldaan als het NSL niet meer van kracht is. Ook blijkt nog niet dat aantasting van de natuurlijke kenmerken van de omringende Natura 2000-gebieden met zekerheid kan worden uitgesloten door de toename van stikstofdepositie.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie over de groene aspecten van het landelijk gebied.

Meer informatie:

Link: http://www.commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2604

Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2012 2013.

De gemeente Peel en Maas wil een landbouwontwikkelingsgebied (LOG) aanwijzen waarbinnen de intensieve veehouderij zich verder kan ontwikkelen. Om de ontwikkeling van het LOG mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Voor de besluitvorming over het bestemmingsplan wordt een plan-m.e.r.-procedure doorlopen.

Toetsing
In het MER wordt aangetoond dat drie veehouderijen zich in het LOG kunnen vestigen zonder dat dit hoeft te leiden tot milieuknelpunten. De Commissie acht het aannemelijk dat voor het LOG extra milieugebruiksruimte vrijgemaakt kan worden voor vestiging van een vierde of vijfde bedrijf. Gemeentelijke sturingsmiddelen als de Nota Milieugebruiksruimte en de Stikstofregeling garanderen dat er geen nieuwe milieuknelpunten zullen ontstaan.

Reikwijdte en detailniveau
De Commissie vraagt in het MER de ‘milieugebruiksruimte’ in het studiegebied (natuur, geur en fijn stof) en de (maximale) effecten van het LOG in beeld te brengen. De Commissie vraag daarbij specifiek te zoeken naar varianten in dieraantallen, inrichtingen en samenstellingen in het LOG waarmee de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden mogelijk verminderd kunnen worden.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage.

Meer informatie:

Link: http://www.commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2634

Natuurontwikkeling Moerputten – Vlijmens Ven

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2012-2013.

Het Waterschap Aa en Maas wil de natuur in het gebied Moerputten / Vlijmens Ven ontwikkelen waarvoor ontgronding nodig is. Voor de besluiten in het kader van de Waterwet en de ontgrondingsvergunning wordt een m.e.r.-procedure doorlopen.

Toetsingsadvies
Het MER geeft een goed beeld van de na te streven natuurdoelen. De effecten van de onderzochte alternatieven/varianten zijn helder beschreven. De Commissie doet nog enkele aanbevelingen om de robuustheid van de te ontwikkelen natuur en de positieve effecten van de natuurontwikkeling op de landschappelijke kwaliteit nog meer expliciet te maken.

Advies reikwijdte en detailniveau
De Commissie vraagt in het MER achtergrond en doelen van het natuurontwikkelingsproject te beschrijven. De Commissie vraagt de afwegingen tussen hydrologische maatregelen en afgraven en/of uitmijnen inzichtelijk te maken.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage, met name over bodem, water en natuur.

Meer informatie:

Link: http://www.commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2587

MER Ede-Oost en Spoorzone Bestemmingsplan kazerneterreinen, gemeente Ede

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2012-2013.

De gemeente Ede wil het gebied Ede-Oost herinrichten met woningen, andere stedelijke functies en een nieuwe ontsluitingsweg. In het verleden zijn voor deze plannen al m.e.r.-procedures doorlopen. Het nu voorliggende MER gaat specifiek in op de milieugevolgen van de herinrichting van de kazerneterreinen.

Toetsingsadvies
Vanwege eerste opmerkingen over het MER heeft de gemeente Ede de Commissie aangepaste natuurinformatie toegestuurd met het verzoek die bij haar oordeel over het MER te betrekken. Een belangijke verandering is het laten vervallen van de bouw van 30 woningen in beschermde natuur.
Op basis van de aangevulde gegevens concludeerde de Commissie dat de essentiële informatie nu grotendeels aanwezig is, maar dat over enkele beschermde diersoorten nog relevante informatie ontbreekt. Zij adviseert die informatie te voegen bij het besluit over het bestemmingsplan.

Het plan voor de kazerneterreinen als zodanig biedt naar het oordeel van de Commissie perspectieven voor het ontstaan van een kwalitatief hoogwaardig nieuw woongebied vanwege aanwezige en te handhaven cultuurhistorische waarden in het gebied, de aantrekkelijke ligging aan de rand van de natuur en de gunstige ontsluitingssituatie.

Yvonne van Manen adviseerde vanuit de Commissie, met name op het gebied van natuur.

Meer informatie:

Link: http://commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2722

Bestemmingsplan buitengebied Doetinchem

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2013.

De gemeente Doetinchem stelt een nieuw bestemmingsplan op voor haar buitengebied. Het bestemmingsplan maakt agrarische ontwikkelingen mogelijk. De Commissie vindt dat in het MER informatie ontbreekt die essentieel is voor de besluitvorming over het bestemmingsplan.

De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER een tekortkoming. Zij acht het opheffen daarvan essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming. De tekortkoming betreft de onderbouwing van de effectiviteit van de maatregelen om te voorkomen dat effecten optreden op het Beschermde Natuurmonument de Zumpe. De Commissie adviseert een aanvulling op het MER op te stellen voordat een besluit wordt genomen.

Wijziging art. 19kd Natuurbeschermingswet
De Commissie kon niet beoordelen of er voldoende informatie is voor de besluitvorming over het aspect stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Op 25 april 2013 is een wijziging van artikel 19kd Natuurbeschermingswet 1998 in werking getreden. Bij het opstellen van het MER kon hier nog geen rekening mee worden gehouden. De Commissie adviseert het bevoegd gezag om in de besluitvorming rekening te houden met deze wetswijziging.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage.

Meer informatie:

Link: http://commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2779

Bestemmingsplan buitengebied Oostzaan

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2013.

De gemeente Oostzaan stelt een bestemmingsplan buitengebied op. Doel van het plan is het ontwikkelen van landbouw, recreatie en woningbouw, het versterken van natuur- en landschapswaarden en het bevorderen van recreatie en toerisme.

De Commissie signaleert bij toetsing van het MER een aantal tekortkomingen:
. De onderbouwing van de natuureffecten door stikstofdepositie en de onderbouwing van de effectiviteit van het maatregelenpakket om stikstofemissie uit het plangebied te voorkomen.
. De relatie tussen de ambities op het gebied van landschap en de ontwikkelingsmogelijkheden in het plan.

De Commissie adviseert om een aanvulling op het MER op te stellen en daarin uit te gaan van de specifieke situatie in het plangebied wat betreft landschapsstructuur, ligging van de bedrijven en behoefte aan uitbreiding.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage.

Meer informatie:

Link: http://commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2754

Bestemmingsplan buitengebied Medemblik

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2013.

De gemeente Medemblik werkt aan een nieuw bestemmingsplan voor het landelijk gebied. Daarnaast worden aparte bestemmingsplannen opgesteld voor de bebouwingslinten. De gemeente wil ontwikkelingsruimte bieden aan haar agrarische sector door schaalvergroting en modernisering van agrarische bedrijven en door verbreding van de landbouw. In het gebied worden naast veehouderij ook glastuinbouw, bollenteelt en zaadveredelingsbedrijven mogelijk gemaakt. Daarnaast wil de gemeente de natuur -, cultuurhistorische – en landschappelijke waarden in het plangebied beschermen en versterken.

De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER een aantal tekortkomingen:
. De onderbouwing van de effectiviteit van maatregelen om te voorkomen dat effecten op Natura-2000 gebieden optreden als gevolg van stikstofdepositie.
. Inzicht in de huidige situatie qua dieraantallen in het plangebied versus de vergunde situatie.
. De huidige chemische en ecologische waterkwaliteit in het plangebied en de effecten daarop van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt.

De Commissie adviseert om een aanvulling op het MER op te stellen voordat een besluit wordt genomen.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie voor de milieueffectrapportage.

Meer informatie:

Link: http://commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2756

Bestemmingsplan buitengebied Dronten

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2013.

De gemeente Dronten wil haar bestemmingsplan buitengebied herzien. Het bestemmingsplan maakt met name agrarische ontwikkelingen mogelijk.

Toetsingsadvies
De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER een tekortkoming. Vanwege de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten moet stikstofemissie uit het plangebied worden voorkomen. Het MER bevat geen onderbouwing van het maatregelenpakket om dit te bereiken.

Robbert de Vries adviseerde vanuit de Commissie over de groene aspecten van het landelijk gebied.

Kustversterking Zwakke Schakels Noord-Holland

In opdracht van Commissie m.e.r., in 2013.

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wil maatregelen nemen om delen van de Noordhollandse kust te versterken. Voor verbetering van de veiligheid en de ruimtelijke kwaliteit van de ‘zwakke schakels’ in de Noordhollandse kust is een MER opgesteld. Het MER bestaat uit meerdere delen en bevat veel informatie over probleem- en doelstellingen, de ontwikkeling van alternatieven en varianten en de milieueffecten daarvan. Volgens de Commissie ontbrak in het MER nog informatie over de benodigde maatregelen om negatieve gevolgen voor natuur te voorkomen. In een aanvulling op het MER is deze informatie alsnog opgenomen.

Toetsingsadvies
Uit het MER bleek dat aantasting van kwetsbare natuur (Natura 2000-gebieden en Ecologische Hoofdstructuur) als gevolg van het voornemen niet uitgesloten is. De Commissie vond dat in het MER onvoldoende duidelijk was welke effecten kunnen optreden en welke maatregelen nodig zijn om deze effecten te beperken of te voorkomen. De aanvulling op het MER geeft daarover wel voldoende informatie.

De Commissie constateerde verder dat de doelstelling ruimtelijke kwaliteit geen integraal onderdeel is geweest van de alternatievenontwikkeling, maar in de vorm van bouwstenen is meegenomen. Het begrip ruimtelijke kwaliteit heeft daardoor een nogal beperkte invulling gekregen, vooral gericht op recreatie en behoud van bestaande kwaliteiten. De Commissie ziet nog wel kansen om bij nadere uitwerking van het ontwerp en het beheer de ruimtelijke kwaliteit alsnog integraal te versterken. In haar advies doet zij daarvoor enkele suggesties.

Richtlijnenadviezen
Bij de start van de m.e.r.-procedure heeft de Commissie geadviseerd over richtlijnen voor het op te stellen MER. In deze fase was het voornemen nog gesplitst in twee aparte procedures. De adviezen van de Commissie daarover zijn terug te vinden bij project 2065 (Hondsbossche en Pettemer Zeewering) en 2108 (Duinen Kop van Noord-Holland).

Yvonne van Manen adviseerde vanuit de Commissie met name ten aanzien van natuur.

Meer informatie:

Link: http://commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2793